Rondom Noordmolen

Waterhuishouding Noordmolen

Huidige situatie

De Azelermeen is een zeer karakteristiek en waardevol landschap. De Azelerbeek slingert zich hierdoorheen als een natuurlijke beek in haar beekdal. Deze beek is een voortzetting van de Oelerbeek die tot aan de watermolen, de Noordmolen, loopt.  Deze watermolen heeft ter plekke een grote invloed op het watersysteem.

Om verval mogelijk te maken (voor het kunnen draaien van de molen) is de Oelerbeek bovenstrooms opgeleid en is de Azelerbeek direct benedenstrooms van de molen verdiept. Het molenrad bepaalt mede de hydrologische condities in de Azelermeen: verhoging van waterpeil en berging in het beekdal zijn hiervan mede afhankelijk. Het water van de Oelerbeek wordt momenteel via een omvloed om de molen geleid en verdeeld over de Twickelervaart en de Azelerbeek.

Het waterschap Regge en Dinkel (Vechtstromen) streeft ernaar om nagenoeg de gehele afvoer van de Twickelervaart en de Oelerbeek op de Azelerbeek af te laten. In het reconstructieplan van de gehele Azelerbeek wordt dit nader uitgewerkt. De Azelerbeek wordt hierdoor nog meer als natuurlijk beeksysteem benut.

Bron: http://www.boerenvoornatuur.nl/uploads/downloadables/publicaties/Twickel_Streefbeeld_erve_Bokdam_plan.pdf 

Februari 2017  Jan Hilverdink

Waterhuishouding bij natuurgerichte bedrijfsvoering

De Azelerbeek heeft als streefbeeld ‘belevingswater’ (Provinciaal Waterhuishoudingsplan 2000+). In zijn huidige vorm beantwoordt de beek voor een groot gedeelte aan de eisen die het streefbeeld stelt.

Het stromingspatroon en de hydrologische situatie worden nog verbeterd door de Oelerbeek op de Azelerbeek af te laten. De beek verkrijgt daarbij hogere stroomsnelheden en natuurlijke oevers.

Bij hoge afvoeren is sprake van tijdelijke waterberging in de Azelermeen.

Peilbeheer

Het toekomstig peilbeheer wordt afgestemd op een combinatie van functies voor een natuurgericht bedrijf. De referentiegrondwaterstand benadert deze gewenste situatie en komt grofweg neer op een GHG van 20cm beneden maaiveld en een GLG van 60cm voor zowel het beekdal van de Azelermeen als voor het heideveld Bokdammerveld.

Heide Bokdammerveld

De heide op het Bokdammerveld heeft als natuurdoeltype natte heide. Voor beekdal, dat als nieuwe natuur is aangemerkt, is nog geen natuurdoeltype vastgesteld, maar naar verwachting wordt dit nat schraal grasland met onderdelen van dotterbloemgrasland op de laagste plekken. De referentiegrondwaterstanden gelden.

In het beekdal treden waar mogelijk periodiek overstromingen op (beginnend vanaf 1/2Q, dit is tussen de 10 en 20 dagen per jaar). De gemiddelde stroomsnelheid van de Azelerbeek bij 1/4Q is 0,2 tot 0,4 m/s.

De maalmogelijkheden van de molen en de huidige peilen in verhouding tot het molenrad blijven gehandhaafd.

Invloed van de molen

Uit verkennende berekeningen blijkt, dat zolang het peil bij 1/4Q niet boven 12,0 m + NAP komt, er geen terugstuwing naar de molen optreedt.

Tot ruim 1000 meter vanaf de molen kan geen verkleining in het dwarsprofiel aangebracht worden. Benedenstrooms hiervan moet het peil onder 12,0 m + NAP blijven.

Bij 2Q zullen peilen tot 12,5 m + NAP geen invloed op de molen hebben. In deze zeldzame situatie mag het peil echter wel hoger worden. Dit levert geen randvoorwaarde op voor het ontwerp.

Voor meer info: http://www.vechtstromen.nl/projecten/projecten/azelerbeek/  en http://www.dedoorbraak.info/publish/pages/18827/052b13_nieuwsbrief_de_doorbraak.pdf 

Januari 2017 Jan Hilverdink

Schone Oeler- en Azelerbeek

Een schone beek met kwabaal en beekprik

Het herstel van natuurlijke beeklopen en grote inspanningen voor schoner water hebben in Twente geleid tot een toename van het aantal vissoorten en hun verspreiding. Onderzoekers hebben, in samenwerking met sportvissers, tienduizenden waarnemingen van vissen op een rij gezet en komen tot de conclusie dat het met de visstand weer veel beter gaat.

De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in een nieuw verschenen visatlas onder de titel De Vissen van Overijssel. ,,Deze visatlas is het resultaat van een geweldige samenwerking tussen waterschappen, natuuronderzoekers en de vele sportvissers in de regio. De resultaten maken duidelijk dat we op de goede weg zijn naar herstel van een gezonde visstand. Als waterbeheerder zijn we daar heel trots op, want ik kan me goed herinneren hoe vies het water vroeger op veel plaatsen was”, zegt bestuurslid Nettie Aarnink van waterschap Vechtstromen.

Zij wijst op het behoud van de beekprik, een zeldzaam visje dat leeft in kleine beekjes. ,,Deze bijzondere soort hebben we voor de Twentse beken kunnen behouden en het is denkbaar dat de beekprik in de toekomst weer op meer plaatsen kan leven”, aldus Aarnink.

Paaiende beekprik

In totaal zijn 52 vissoorten in de Twentse wateren vastgesteld. In heel Overijssel leven 62 soorten, sommige uitsluitend in grotere rivieren als de IJssel. Bijzondere soorten voor Twente zijn, behalve de beekprik, ook de serpeling, het bermpje, de rivierdonderpad en de kwabaal. Deze soorten leven in kleinere beekjes of hebben die nodig voor de voortplanting. Beekjes met hier een daar een bedding van kiezelstenen en grind vormen de kraamkamer van veel in Nederland zeldzame soorten.

,,Dat geldt voor veel vissoorten die in rivieren, grotere meren en zelfs in zee leven. Een bekend voorbeeld dat iedereen kent is de zalm, die beekjes in het binnenland opzoekt om te paren en eitjes af te zetten. De zalm zal waarschijnlijk niet in Twente terugkeren, want de soort kwam hier ook in het verleden nauwelijks voor”, zegt Bert Knol, adviseur watersystemen van Vechtstromen en mede-auteur van de visatlas.

Lekker

Kwabaal

Als minder bekend voorbeeld noemt Knol de kwabaal, een familielid van de kabeljauw die als volwassen vis flink wat kilo’s weegt. ,,Vroeger was de kwabaal in de winter in Oost-Nederland algemeen. Ze kwamen dan naar de kleine beken om voort te planten. Dat waren er zoveel dat kwabaal vroeger in het beheergebied van waterschap Vechtstromen veel werd gevangen en gegeten. De lekkere vis vormde in tijden van schaarste voor veel mensen een welkome aanvulling op het dagelijkse kost.”

Door het aanleggen van vistrappen bij stuwen kan de kwabaal de laatste jaren weer naar Twente zwemmen om te paaien. ,,De eitjes worden afgezet op de bedding van kleine beekjes, maar de larven laten zich bij hoog water naar beekbossen wegspoelen, waar ze veel muggenlarven en ander voedsel vinden. Als visjes komen ze dan, bij hoog water, opnieuw in de beek terug om vervolgens naar grotere wateren te zwemmen. Jaren later komen ze als volwassen vis weer terug naar de Twentse beekjes om te paaien en begint deze levenscyclus opnieuw”, zegt Knol.

Vispassages

In Twente zijn inmiddels 86 vispassages aangelegd en er staan er tot 2027 nog eens 101 op het programma. Met stuw Stokkenspiek ligt er nu nog een grote barrière in de Dinkel bij Lattrop. ,,Als dit is opgelost, kunnen vissen als de kwabaal weer volop vanuit de Vecht de Dinkel en talloze zijbeekjes op zwemmen. Ook de Regge is weer vrij van barrières voor vissen en we zien ook in de Regge met zijbeken een toename van vissoorten en aantallen.”

De visstand is ook toegenomen door de aanleg van ondiepe oeverstroken met een rijke vegetatie langs beken, Dinkel en Regge. ,,Dit zijn belangrijke paaiplaatsen voor gewonere soorten vissen, zoals snoek, karper, rietvoorn, baars en blankvoorn. Hier kunnen ze beschermd tussen planten paaien en zijn ook de kleine visjes redelijk veilig voor roofdieren, als snoeken of reigers’, zegt Knol.

In de Europese Unie hebben alle lidstaten zich verplicht om een groot aantal beken en rivieren weer een natuurlijk karakter te geven. ,,Dat geldt ook voor het gebied van ons waterschap. We zijn daar nu nog volop mee bezig. Zo zullen er tot 2027 nog over een lengte van 145 kilometer natuurvriendelijke oevers worden aangelegd”, zegt Nettie Aarnink.

De vissen van Overijssel, 212 pagina’s met veel foto’s.

Omvat de beschrijving met kaarten van de 62 in Overijssel vastgestelde vissoorten. Uitgave Reptielen, Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (Ravon). Prijs: 19,95 euro. Te bestellen via webwinkel van Ravon: www.webshop.ravon.nl

2 december 2016 Tubantia Jan Bengevoord

Januari 2017 Jan Hilverdink

Boekweit

De boeren rondom de Noordmolen verbouwden vroeger veel boekweit, maar thans wordt het nauwelijks nog geteeld wegens de bewerkelijkheid, kwetsbaarheid van de cultuur en wegens de geringe opbrengst per oppervlakte-eenheid.

De plant, die geen graansoort is, stelt weinig eisen aan de bodem. Boekweit is een gewas van de arme gronden, de zandgronden en de dalgronden van hoogveen. Op vruchtbare grond is de groei te weelderig en wordt het wel een meter hoog. Er komt dan te veel blad aan de plant en de zaadvorming vermindert, bovendien gaat boekweit bij harde wind, regen en hagel dan eerder plat liggen. Op boekweitland werd geen mest gebracht. Natte en zware gronden zijn ongeschikt voor boekweit; het is daar alleen als groenbemesting te gebruiken.

Boekweitplant

 

Gemengd met rogge- of tarwemeel werd boekweitmeel gebruikt om (spek)pannenkoeken van te bakken. Het meel werd ook gebruikt om balkenbrij en andere vleeswaren mee af te maken.
Boekweitmeel en boekweitgrutten bevatten evenveel eiwit (10g per 100g) als tarwe- en roggemeel, en meer koolhydraten.
Ze bevatten minder vet, minder mineralen en minder vitamines uit de B-groep dan tarwemeel.
Boekweit is een goed ‘bijengewas’, de bloemen bevatten veel nectar de bijen voeden zich er graag mee. Het levert een aromatische honing op die zeer geliefd is.
Boekweit was een uitkomst voor “arme boeren” die geen mogelijkheden hadden om te investeren. Zij konden door boekweit te verbouwen boer zijn zonder vee of kapitaal.

De grutten (gepelde zaden) werden gebruikt om er pap van te maken. De grutten werden in water geweekt en gekookt, karnemelk werd pas op het laatst bij gedaan, om schiften tegen te gaan.

Boekweit grutten

Ook werd de boekweitgrutten met alleen water tot een extra stevige pap gekookt om dan met een saus van boter met stroop als nagerecht te dienen. De afgekoelde grutten pap wordt zo stevig dat ze in plakken kan worden gesneden en daarna gebakken. Als traktatie kan men de gebakken ‘gruttenkoeken’ ook nog in suiker wentelen en eventueel nog even verder bakken totdat de suiker karamelliseert.

Boekweit wordt ook gebruikt voor het maken boekweitbier en producten als allergeenvrije kroketten.

Er waren lucratieve jaren in de boekweitteelt, maar als er nachtvorst voorkwam kon de hele oogst van dat jaar verloren gaan. Niet voor niets stond boekweit ook bekend als ‘jammerkoren’.

Bron en meer info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Boekweit

 Augustus 2016 Jan Hilverdink

Waterschap Vechtstromen

 

Metingen in de wijert van de Noordmolen

In juni zijn er metingen verricht door Waterschap De Vechtstromen in de stuwvijver (wijert) en de twee voorste waterbekkens bij de Noordmolen. Dit op verzoek van de molenaars, omdat de sliblaag van o.a. blad, takken en zand steeds dikker wordt. Voor de stuw staat nog maar ca. 30 cm water. Dit betekent dat de voorraad aan water bij dikker wordende sliblaag steeds minder wordt. Om een goede wateraanvoer te waarborgen en om te voorkomen dat deze vervuiling mee stroomt en het waterrad beschadigt dient deze sliblaag verwijderd te worden. De meetgegevens worden nu geanalyseerd, daarna zal afhankelijk van de uitslag en beschikbaar budget besloten worden om de stuwvijver uit te baggeren.

 

Azelerbeek – deel Oelerbeek

De Oelerbeek maakt deel uit van het waterlichaam Azelerbeek. De opgave was om dit waterlichaam voor eind 2015 volgens de KRW heringericht te hebben. Dit is voor een groot deel gelukt. Het deel Oelerbeek is nog niet heringericht, hiervoor zijn in 2015 de mogelijkheden verkend. Het is haalbaar om 2,5 km her in te richten. Na discussie over de gebruiksrechten, ziet het er naar uit dat medewerking verkregen kan worden van Stichting Twickel en de pachters van de betreffende gronden. Als hier zekerheid over is, wordt hiervoor een projectplan opgesteld met het streven het project eind 2017 af te ronden.

De Doorbraak

De Doorbraak is een nieuwe waterloop met een lengte van ca. 13 kilometer en een gemiddelde breedte van 75 meter en is gelegen aan de zuidzijde van Almelo. Het tracé ligt in de gemeente Wierden, Almelo, Borne en Tubbergen.

 

De nieuwe beek kent drie doelen:

  • Vergroten veiligheid; veiligheid betekent het verhogen van het veiligheidsniveau en voorkomen van wateroverlast in de omgeving van Almelo.
  • Versterken natuur; het creëren van een ecologische verbindingszone tussen kerngebieden, gericht op specifieke doelsoorten.
  • Verbeteren watersysteem; de dynamiek en het ecologisch functioneren van de Regge versterken.

Voor info waarom de Doorbraak zie: Wetenswaardigheden Mei 2015 Artikel De Noordmolen XV in Hofweekblad 13-05-2015  Water voor en na de Noordmolen

De Doorbraak is bijna klaar. De laatste werkzaamheden worden in de maand mei afgerond inclusief de afwateringswerkzaamheden rondom Bornerbroek. Het ligt in de planning om de Doorbraak in september/ oktober 2016 te openen. De voorbereiding hiervoor loopt.

In de Loolee moet een dam gebouwd worden met een beweegbare stuw. Deze dam vormt de fysieke scheiding tussen landelijk en stedelijk water. Hiervoor wordt een apart project opgestart en moet nog een waterspoor procedure worden doorlopen. Om vast water in te kunnen laten in de Doorbraak wordt ter hoogte van de instroom van de Loolee een tijdelijke inlaatstuw gebouwd in de Doorbraak. Deze is vanaf mei 2016 operationeel en geeft sturingsmogelijkheden aan de hoeveelheid in te laten water in de Doorbraak onafhankelijk van de procesgang van de dam in de Loolee.

Juli  2016 Jan Hilverdink

Water voor en na de Noordmolen

De water toevoerende beek voor de Noordmolen is de Oelerbeek, maar na een deel van zijn energie aan het waterrad van de Noordmolen te hebben gegeven verandert de naam in Azelerbeek. Als de Noordmolen niet in bedrijf is en de schutten in de stuw gesloten zijn moet het water van de Oelerbeek ook afgevoerd worden. Dit gebeurt via een zogenaamde omvloed. Bij de Noordmolen is er een wateroverstort ca. 100 meter bovenstrooms de Noordmolen naar de Twickelervaart, die tevens is voorzien van een vistrap. Vissen kunnen best tegen de stroom inzwemmen, ook tegen een flinke waterstroom. Echter niet al te lang. Een stuw waar het water een halve meter naar beneden valt is voor een vis een onneembare barrière. Om te zorgen dat vissen zich toch kunnen verspreiden in de Twentse beeksystemen legt het Waterschap Regge en Dinkel op diverse plaatsen vistrappen aan. Een vistrap knipt het hoogteverschil in kleine treden die elk afzonderlijk voor een vis passeerbaar zijn. Door tussen deze trappen voldoende ruimte en rustig water te creëren zodat de vis uit kan rusten, kan een vis een bepaalde hindernis nemen. Een vistrap is dan ook opgebouwd uit damwanden met daartussen kleine poeltjes. In deze poelen kan een vis buiten de stroombaan tot rust komen en energie opdoen voor het passeren van de volgende passage. Op deze manier is het voor vissen mogelijk zich stroomop- en afwaarts te bewegen.

Een deel van het water dat naar de Twickelervaart stroomt, moet weer terug geleid worden naar de Azelerbeek. Daartoe is een wateroverstort met vistrap op ca. 200 meter beneden-strooms de Noordmolen aangelegd.

Visvangst

In vroegere eeuwen ging dat anders. Toen vormde de stuw van de molen een uitgelezen punt voor de visvangst. Behalve groente en fruit uit de eigen tuin en wild uit het eigen bos, stond er vroeger op Twickel wekelijks vis op tafel. Net als het jachtrecht hoorde ook het visrecht tot de privileges van het huis. De vis werd niet alleen met een hengel of een schepnet uit de beek gevist, maar ook met speciale viskorven die aan de schutten van de Noordmolen hingen. Als de vis niet meteen werd geconsumeerd, moest ze levend worden opgeslagen. Daarvoor werden, niet ver van de Noordmolen, twee speciale visvijvers langs de Twickelerlaan aangelegd. Deze vijvers hebben in de volksmond de bijnaam de Lepel en de Vork.

IJsvogel

Vistrappen hebben in de winter ook een gunstig effect voor het dierenleven. Door de turbulentie die er in het water ontstaat blijft het water langer ijsvrij. Met name voor de ijsvogel betekent dit een vergroting van zijn levenskansen in strenge vorstperiodes. De aanleg van vistrappen levert een bijdrage aan de rijkdom van soorten in en langs de beken.

Grote gele kwikstaart

In de omgeving van een watermolen kunt u twee bijzondere vogels aantreffen nl. de grote gele kwikstaart en de ijsvogel, die beide min of meer gebonden zijn aan heldere snelstromende beken.

De grote gele kwikstaart is bij ons erg schaars, vooral omdat deze beken zeldzaam zijn geworden. Hij komt dan ook voornamelijk voor in Twente, de Achterhoek en Zuid Limburg. De vogel leeft voornamelijk van beekinsecten, zoals steenvliegen. Hij is duidelijk te herkennen aan zijn gele onderlijf en zijn lange staart, waarmee hij op- en neergaande bewegingen maakt. De ijsvogel is net zo zeldzaam als de grote gele kwikstaart. Hij valt op door zijn fel blauwe kleur. Hij zit meestal op een hangende tak boven het water, waar hij naar visjes speurt. Als hij er één ontdekt, duikt hij vanaf de tak in het water om hem te pakken. Vanwege zijn fabelachtige techniek hij het vangen van vis wordt hij in Engeland “Kingfisher” genoemd. IJsvogels zijn in Nederland schaarse broedvogels geworden vanwege de steeds toenemende watervervuiling. Bovendien zijn ze erg gevoelig voor strenge winters. Gezien het feit dat Twente nog over vele heldere beken beschikt, komt de ijsvogel hier nog voor, doch door hun schuwheid krijgt u hem zelden te zien. Ze broeden in de zandige steile oevers van heldere beken.

De Doorbraak

De Azelerbeek zal vanaf  2015 zijn water afvoeren in een nieuwe beek in Twente: “De Doorbraak”.  Deze nieuwe waterloop met maar liefst een lengte van 13 kilometer wordt om meerdere redenen aangelegd!

Ten eerste biedt de beek een extra afvoermogelijkheid voor water, waardoor de veiligheid van een omvangrijk gebied is vergroot. Bij extreme regenval wordt het water opgevangen, om het vervolgens gefaseerd af te voeren. Vroeger werd het water afgevoerd via het Lateraalkanaal en het Banisgemaal in Almelo.

Ten tweede is de Doorbraak goed voor bepaalde plant- en diersoorten. Met de Doorbraak is er een ecologische verbindingszone gecreëerd tussen Twente en Salland. Het water speelt een belangrijke rol voor het landschap en voor de planten en dieren die er leven. Rivieren en beken vormen namelijk ‘wegen’ tussen leefgebieden waarlangs dieren en planten zich kunnen verspreiden. De Doorbraak loopt dwars door de Twentse stedenband en vormt een verbinding tussen de landelijke gebieden van Oost en West Twente. Zo wordt een sterke impuls gegeven aan landschap en ecologie.

Derde aspect is de verbeterde kwaliteit van het water in de regio. De beek is aangelegd om de scheiding van waterstromen te realiseren. Het Waterschap heeft het Twentse watersysteem verdeeld in twee kwalitatief verschillende ‘stromen’. Stedelijk water is kwalitatief minder goed. Dit water wordt apart via het Lateraalkanaal afgevoerd naar de Vecht en komt uiteindelijk in het IJsselmeer terecht. Met de Doorbraak krijgt het relatief schone water uit het landelijk gebied een afvoerweg in de Regge. Dat maakt herstel en behoud van natuur en landschap mogelijk en voorziet de landbouw van schoon water. Eigenlijk is zo de oorspronkelijke situatie weer hersteld. Vroeger behoorden deze beken ook tot het stroomgebied van de Regge, maar door menselijk ingrijpen zijn ze afgesneden.

Bronnen: Waterschap Regge en Dinkel, Twickel 2013 en Langs Twentse Watermolens.

13-05-2015 Artikel De Noordmolen XV in Hofweekblad 

De molenaars van de Noordmolen

 

Rondom de Noordmolen

IJsbaan

Aan de noordzijde van de Noordmolen ligt de ijsbaan van Delden. Zonder de Noordmolen was de Deldense ijsbaan er nooit gekomen. Althans niet op de huidige  plek langs de Oelerbeek. Het terrein van de ijsbaan was eeuwenlang een zogeheten vloeiweide waar ook water uit de beek werd opgeslagen om de Noordmolen in drogere perioden langer draaiend te houden. De vloeiweide bleef tot het einde van de negentiende eeuw in gebruik totdat de oliemolen buiten gebruik werd gesteld. Tot in de twintigste eeuw lieten boeren in beekdalen hun landerijen onder water lopen als vorm van bemesting. Door de introductie van de kunstmest verloren vloeiweiden hun betekenis.

Deldense IJsclub

Op 10 december 1895 werd de Deldense IJsclub opgericht en werd er geschaatst op de „Stadsweide”, of men bond zijn schaatsen onder op „de Mors”. Maar het bestuur streefde ernaar een ‘echte’ ijsbaan in gebruik te kunnen nemen. Daarom schreven ze een brief naar de baron van Twickel met de vraag of ze de „Vloeiweide, gelegen aan den Bornschen grintweg” als ijsbaan mochten gebruiken. De baron hoefde zich niet lang te bedenken. Wat dachten ze wel in Delden. Twickel was er voor zijn pachters, het wild en de vogels. Hij mocht er niet aan denken dat horden Deldenaren van zijn bos een pretpark zouden maken.

Het zou voor de IJsclub nog een voortzetting van jaren ellende zijn op de Stadsweide, Spoorsloot, Achtermors en zelfs op de  Bornse ijsbaan.

Gravin Van Aldenburg Bentinck

Op 25 oktober van het jaar 1922 keerde de pas getrouwde gravin Van Aldenburg Bentinck terug van haar huwelijksreis en nam haar intrek in kasteel Twickel als barones. Een beslissend moment in de geschiedenis van de Deldense IJsclub. In een van de koffers die de barones vooruit waren gesneld, bevonden zich een paar fonkelende kunstschaatsen. De baron zag het staal glimmen. Het trof hem als de boor van een tandarts. Het zal wel overgaan, dacht hij. De glans van het staal dringt langzaam door onder de balken van de plaatselijke tapperijen. Het bestuur van de ijsclub ruikt zijn kans. Nu of nooit. Op 27 december 1923 gaat er een brief naar het kasteel. Letterlijk dezelfde als die van 1895. Het spant er om binnen de muren van de oude vesting, maar de vijfenzestigjarige baron gaat overstag voor het charmante pleidooi van zijn jonge vrouw. Hij legt zich bij het onvermijdelijke neer. Reeds de volgende dag rent er een bode over de ophaalbrug, richting Delden, met een brief voor de ijsclub. Antonie Nijland, secretaris van de club, kan zijn ogen niet geloven. Het antwoord van de baron trilt in zijn handen: „Met ingang van heden stel ik de Vloeiweide aan den Bornschen grintweg beschikbaar voor de pachtsom van vijftig gulden per jaar”.

Vloeiweide

Woensdagavond 3 januari 1924 is het zover. De vloeiweide aan de Bornse grintweg lijkt in brand te staan. Langs de randen van de ijsbaan gloeien driehonderd vetpotjes. Boven het bevroren water zweeft een dak van tweehonderd lampions. De eerste schaatsen flitsen over het ijs. Binnen een kwartier glijdt, scharrelt en tuimelt de Deldense burgerij het nieuwe jaar in.

Vlag van de ijsclub aan de pomp op de Markt

De openstelling van de ijsbaan wordt vanaf nu bekend gemaakt door het ophangen van de vlag van de ijsclub aan de pomp op de Markt.

Op deze kaart uit de achttiende eeuw is goed te zien hoe het water rond de Noordmolen werd opgeslagen in een fijnmazig stelsel van sloten en vloeiweides. Op de tekening zijn zowel de korenmolen als de oliemolen te zien, evenals de woningen van de molenaars. Alleen de oliemolen is nu nog intact.1. Noordmolen (koren- en oliemolen) met molenkolk. 2. Woning korenmolenaar 3. Woning oliemolenaar 4. Wateropslag 4a.. (Vloeiweide, huidige schaatsbaan) 5. Oelerbeek 6.Twikkelervaart

Stuwvijver

Vroeger is er een stuwvijver of “wijer” gegraven als watervoorraad voor de Noordmolen. Deze vijver ligt tussen de Noordmolen en de ijsbaan en staat in open verbinding met de Oelerbeek. De vijver is in 1997 nog geheel uitgebaggerd in het kader van “schone Twentse beken” De vijver zorgt ervoor dat de molenaar bij een lage aanvoer van water toch een voorraad water heeft om een “bepaalde tijd” te kunnen draaien. Het oppervlak van de stuwvijver is ca. 4025 m2 .

Spook van de Noordmolen

Rond de molen moet het in het verleden danig gespookt hebben. De aanleiding hiervoor was als volgt: Het was gebruikelijk dat het maalloon aan de molenaar in meel werd uitbetaald. De molenaar nam dan enkele scheppen uit de zak meel. De molenaars van de Noordmolen stonden er om bekend, dat zij enorme grote scheppen hanteerden. Op zekere dag kreeg een molenaar spijt van deze hebzucht, stortte zich in de molenkolk en verdronk. Zijn ziel heeft nooit rust kunnen vinden en het was dan ook niet verwonderlijk dat er in de omgeving regelmatig een witte gedaante werd gesignaleerd. Toen echter vele jaren later jongelui uit Delden weer een gedaante uit de molenkolk naar boven zagen komen, gooiden zij een knuppel naar de dolende ziel, die al kermend en kreunend weer in het water verdween. Daarna is hij nooit weer gesignaleerd. Echter, op herfstachtige avonden kan men soms het water in de kolk op vreemde wijze zien opborrelen!

Bron: Twickel 2013

6 Mei  2015  artikel De Noordmolen XIV in Hofweekblad 

De molenaars van de Noordmolen

Erven omgeving Noordmolen

Erve Möllink

In de directe omgeving van de Noordmolen stonden en staan een aantal erven die in het verleden een connectie met de Noordmolen hebben gehad. Als eerste  het verdwenen erve Möllink (Mollink, Mollinck of Mullink) al genoemd in de schattingsregisters van 1396, 1475 en het verpondingsregister 1601/2. Het erve werd afgebroken rond 1905. Hier heeft waarschijnlijk eeuwen lang de korenmolenaar van de Noordmolen gewoond.

Deze boerderij heeft gelegen tussen de Noordmolen en erve Brinkate de huidige museum-boerderij Wendezoele. (zie kaartje)

Möllinkswoner

Het verdwenen erve Möllink had waarschijnlijk twee wonersplaatsen. Beide erven worden aangeduid met de naam Möllinkswoner. Deze boerderijen werden waarschijnlijk bewoond door nazaten van de Möllinks bewoners of door molenaarsknechten van de Noordmolen.

Op de kadasterkaart van 1832 wordt één van de Mollinkswoner genoemd;  het erve Martens gelegen Noordmolen 3 Deldeneres en de andere erve Bakhuis gelegen Noordmolen 1 Deldeneres. De huidige bewoner op Noordmolen 1 is Holterman (boven de voordeur is een steen ingemetseld met den naam Möllinkswoner) en op Noordmolen 3 kaasmaker Elise Elbert  die heerlijke boerenkaas maakt. De huidige boerderij werd in 1858 gebouwd door Twickel. Op deze boerderij woonden in 1990 de twee broers Voorthuis, zij behoorden samen met andere vrijwilligers tot degenen die de Noordmolen weer regelmatig lieten draaien.

 

Olieslager

Aan oostzijde van de Noordmolen staat het erve Olieslager, Noordmolen 7  Deldeneres. In het Twickel Huisarchief 1726 genoemd: Olijslager. Op de kadasterkaart van 1832: Olyslager en op de Beheerkaart van ca. 1883 als Oliemolenaar vermeld. De boerderij is een negentiende eeuwse hallenboerderij op een oude huisplaats vlak bij de Noordmolen. Oorspronkelijk was deze boerderij de woning van de molenaar van de oliemolen. Deze oliemolen maakte samen met een korenmolen deel uit van de dubbele watermolen De Noordmolen. De Olieslager bedreef naast het werk op de Oliemolen een klein boerenbedrijf. De boerderij wordt op dit moment door Twickel gerestaureerd en deels gerenoveerd en de vervallen bijenstal wordt ook weer in zijn oude luister hersteld.

Vanuit de Noordmolen geeft een venster de bezoeker een beeld van deze schitterende plek. De meanderende Azelerbeek vloeit noordwaarts langs erve Olieslager, een originele Twickelboerderij met zijn bijenstal en waterput met puthaal en stroomt verder door het coulisselandschap.

Nadat de Noordmolen in de loop van de negentiende eeuw buiten bedrijf raakte, bleef het erve Olieslager een klein bedrijf. Het gebruik van de Oliemolen als gebouw ging in 1869 over naar de pachter van erve Voortman. Dit erve staat aan de Noordmolen 9, Deldeneres en wordt al genoemd in het schattingsregister van voor 1500. In het verpondingsregister van 1601 staat ‘Voerde, wesende een kotte’ en op de kadastralekaart uit 1832 als Voortman net als op de beheerkaart van ca. 1883. (Deze omschrijving verwijst naar een voorde, een doorwaadbare plaats in de nabij gelegen Azelerbeek). In 1682 komt het in eigendom van Twickel.

Namen en boerderijen

Namen met -ing/-ink waren vooral in het oosten van het land overgegaan op de woonplaatsen, op de erven of boerderijen van de betreffende families. Latere bewoners ontleenden hun achternaam aan deze woonplaatsen. Hoewel de meeste van deze namen oorspronkelijk een roepnaam bevatten, wordt dit type naam om de latere lokaliserende functie tot de adresnamen gerekend. Omdat -ink/-ing als achtervoegsel productief werd bij de vorming van boerderijnamen, werden ook namen gevormd die niet van roepnamen waren afgeleid, bijvoorbeeld Veldink bij ‘veld’, Westerink naar aanleiding van westelijke ligging, Meijering van de meier (beheerder), Smeenk uit Smedink van de smid.

“Al deze bewijsbaar op watermolens betrekking hebbende Mullinks versterken het vermoeden, dat andere erven met die naam ook aan een watermolen herinneren, zeker als deze namen al uit de middeleeuwen bekend zijn. Voor Mölleman geldt wel hetzelfde …”

Bron: Molens, Mulders en Meesters (Hagens )

8 april 2015  Artikel De Noordmolen XIII in Hofweekblad 

De molenaars van de Noordmolen

Watertoevoer Noordmolen via de Oelerbeek

De Oelerbeek is een zogeheten watervoerende beek. Dat wil zeggen dat zij het regenwater afvoert uit een groot achterland en daardoor zelden droog staat. Watervoerende beken waren in de middeleeuwen ideale vestigingsplaatsen voor watermolens. Langs de Oelerbeek staan er twee: de Oldemeule in de buurtschap Oele bij Hengelo en de Noordmolen op de Deldeneresch.

Waterlichaam Azelerbeek

Het Waterschap spreekt over het waterlichaam Azelerbeek, een langzaam stromende beek op zandgrond behorend tot het stroomgebied van de Regge. Het waterlichaam bestaat uit de Azelerbeek, Oelerbeek, Nieuwe Oelerbeek, Boekelerbeek, Veldbeek en Rutbeek. Op dit hoofdsysteem wateren verschillende waterlopen af. Het benedenstroomse deel van de Teesinkbeek behoort als zijwaterloop ook tot het waterlichaam. Het waterlichaam ontvangt water van het Nordrhein Westfalische waterlichaam Hegebeek. De bovenstroomse trajecten, Rutbeek en Boekelerbeek, kennen nog een vrij natuurlijke loop. De Oelerbeek stroomt door het landgoed Twickel. De Hegebeek stroomt door de Natura 2000 gebieden Witteveen en Buurserzand. De benedenloop is gekanaliseerd en ondanks waterinlaat zomers stagnant (water dat niet beweegt of stroomt) en onvoldoende watervoerend. De bovenloop valt in droge zomers droog. De basisafvoer van de  Hegebeek wordt naar de Azelerbeek geleid. Van nature werd de Azelerbeek gevoed met water van de Buurserbeek.

Boekelerbeek

De Boekelerbeek is vrij afstromend; vanwege de watermolens is er in de benedenloop een vast peil. De beek kan binnen zones van 2 x 15 meter vrij meanderen (75% v.d. beeklengte) en de oevers zijn begroeid met struiken en bomen (75% v.d. beeklengte). De beek is bereikbaar en een vrije transportbaan voor planten en dieren. De maatregelen zijn erop gericht het aandeel karakteristieke riviersoorten te laten toenemen door de stromingscondities te verbeteren, de habitatdiversiteit te vergroten, inundaties te laten plaatsvinden en de passeerbaarheid te verbeteren. Het gaat daarbij volgens de KRW (Kaderrichtlijn Water) om soorten als winde, kopvoorn, bermpje, serpeling en riviergrondel.

In Oele vervolgt de Boekelerbeek haar weg als Oelerbeek tot aan de Noordmolen en tenslotte stroomt zij onder de naam Azelerbeek, in de Bornsebeek en dan (via Loolee, Almelose Aa, Lateraal Kanaal) in de Regge.

Vanaf 2015 zal dit veranderen en stroomt de Azelerbeek via de nieuw aangelegde Doorbraak in de Regge.

Voldoende water

Voor de molenaars van de Noordmolen is het van groot belang dat er voldoende water is om de molen te kunnen laten draaien en in ons geval, voor minimaal een halve dag. Maar als er dan niet voldoende water is, hoe kan dan gezorgd worden dat er voldoende water komt.

Wel: er is een afspraak met Waterschap Regge en Dinkel gemaakt in 2002, dat indien bij langdurige droogte er te weinig water in de Oelerbeek is, gevraagd kan worden om water uit het Twentekanaal. Dit verzoek wordt dan door het Waterschap uitgevoerd. Vanuit Almelo kan men dan via afstandsbesturing water inlaten vanuit het Twentekanaal. Zo blijft het mogelijk om toch met de Noordmolen te draaien.

Voor de molenaars van de Noordmolen is het van groot belang dat er voldoende water is om de molen te kunnen laten draaien en in ons geval, voor minimaal een halve dag. Maar als er dan niet voldoende water is, hoe kan dan gezorgd worden dat er voldoende water komt.

Wel: er is een afspraak met Waterschap Regge en Dinkel gemaakt in 2002, dat indien bij langdurige droogte er te weinig water in de Oelerbeek is, gevraagd kan worden om water uit het Twentekanaal. Dit verzoek wordt dan door het Waterschap uitgevoerd. Vanuit Almelo kan men dan via afstandsbesturing water inlaten vanuit het Twentekanaal. Zo blijft het mogelijk om toch met de Noordmolen te draaien.

Kaartje Waterschap Regge en Dinkel 2010

Verdeelwerken

Verdeelwerk 1 verdeelt het toestromende water uit de Hegebeek over de Usselerstroom (ca. 75%) en de Hegebeek (ca. 25%).

Verdeelwerk 4 verdeelt het water uit de Hegebeek over de Hagmolenbeek (grootste deel) en de Rutbeek (kleinste deel).

Verdeelwerk 6a en 6b, verdelen het water van de Usselerstroom over de Teesinkbeek (afvoer via Boekelerbeek dan Oelerbeek) en de Broekheunerbeek (afvoer via Twekkelerbeek).

Het grootste deel van het water wordt afgevoerd in het Twentekanaal.

Verdeelwerk 10 is een geautomatiseerde stuw, verdeelt het toestromende water over, de Omvloed (die na een kort traject weer in de Oelerbeek uitmondt), de Oelerbeek en de Nieuwe Oelerbeek, die op het Twentekanaal uitwatert.

Kanaal inlaat, is de op afstand bestuurde waterinlaat voor de Oelerbeek en de Twickelervaart vanuit het Twentekanaal

Verdeelwerk 14  (sept. 2002) verdeelt het toestromende water uit de Oelerbeek over de Twickelervaart (ca. 50%) en de Azelerbeek ca. 50%).


Verdeelwerken bij de Noordmolen

Op termijn zullen er een aantal veranderingen plaatsvinden in het waterhuishoudkundige beheer van het waterlichaam de Azelerbeek; dit in het kader van het Pact van Twickel en van het Waterschap Vechtstromen om te voldoen aan Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Waterbeheer in de 21ste eeuw (WB’21). Deze veranderingen hebben ook consequenties voor het waterbeheer en waterverloop in de Oelerbeek en Twickelervaart.

Bron: Waterschap Regge en Dinkel

25-05-2015 Artikel De Noordmolen VII in Hofweekblad 

De molenaars van de Noordmolen

De rechten en strijd om het beekwater

Stuwrecht

Ooit had iedereen het recht een watermolen te bouwen en een stuw of sluiswerk in een waterloop te plaatsen, op voorwaarde dat anderen geen schade leden. Met de komst van de feodaliteit kwam hier verandering in. Het molenrecht, het recht om een watermolen te bouwen en uit te baten, kwam in handen van de landsheer en de plaatselijke heren (bestuurders). Het stuwrecht, het recht om het water van een waterloop tot een bepaald peil op te stuwen en daarmee het rad van een watermolen in beweging te brengen, werd een noodzakelijk toevoeging aan het molenrecht. Degene die beschikte over het molenrecht, beschikte ook over het stuwrecht.

Recht van water en malen

G.J. ter Kuile schreef in 1922 voor de uitdrukking ,,‘t recht van water” is ook te bezigen ‘t woord ,,het recht van maalderij”: “Dit toch gaf den landsheer de bevoegdheid om eene inrichting te bouwen of te hebben, om op een stroomend water koren te malen of olie te slaan” — en tevens gaf het meestal daaraan gepaard gaande recht van molendwang, de molenban, hem de macht om de bewoners van eene bepaalde streek den dwang op te leggen om dáár en nergens anders hun koren en andere gewassen ter bereiding tot meel of olie heen te brengen.

Dwangmolen

Maar H.Hagens schreef in 1978: “ dat zelfs een kasteelheer zijn onderhorigen niet kon dwingen naar zijn molen (dwangmolen) te gaan, blijkt uit een verklaring, waarmee in 1550 de bewoners van het kerspel Delden zich verweerden tegen de eigenaar van Huis Twickel, de drost van Twente:

“De afgevaardigden van het kerspel Delden verklaren tegen de aanklacht van de Drost over het gebruik van de molen in Haaksbergen en Diepenheim, dat ze daar dagelijks en gewoonlijk niet komen en alleen als zij op een andere molen niet terecht kunnen”.

Tijdens hun leven zijn zij daar ook niet geweest. Zij zeggen ook niet te weten , dat zij verplicht zijn naar een bepaalde molen te gaan, dan naar die molen waar zij het eerst hun graan kunnen laten malen.

Aldus hebben hiervoor beschreven gedeputeerden van het kerspel Delden in levende lijve bevestigd en gezworen op de eed van God Almachtig”.

Ruzie

Vooral in droge tijden konden onenigheden hoog oplopen en er zijn ingewikkelde akten opgemaakt om elke belanghebbende zoveel mogelijk tegemoet te komen.

Na diverse kwesties over het water in de Oelerbeek. (stuwrecht, molenrecht, recht van schutten trekken, bevloeiing landbouwgronden, overstromingen landbouwgronden, etc.). Werd op 30 oktober 1751 een overeenkomst gesloten tussen Unico Wilhelm Grave van Wassenaer Heere tot Twickel &&&, en de burgemeesters en gemeensluiden van Delden, waarbij bepaald werd, dat, waar tot dusver de data van weghalen en brengen van de molenschutten nooit precies hadden vastgestaan, deze nu op 25 maart van elk jaar zouden worden gebracht op huize Twickel; dat deze op St. Lamberti, dit is17 september weer zouden worden terugbezorgd en ingezet.

Fransen

De Franse Revolutie maakte in ons land in 1795 een einde aan de molenrechten. In een wereld van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap was bevoorrechting van adel boven het volk ondenkbaar. Het was nog wel zo, dat de nieuwe overheden de oude rechten, voor zover die de eigenaren inkomsten hadden verschaft, afkochten.


Bitter 1864

Waterschappen

Oprichting waterschap De Regge in 1884 leidt in een deel van Twente tot een omwenteling. Tot 1884 loopt Gods water letterlijk over zijn akker. Vrijwel niemand kijkt verder dan het eigen erf. Nu worden verbanden gelegd en een algemeen belang benoemd. Hierin speelt natuurlijk de watermolen met zijn stuw ook een rol. Beken, sloten en riviertjes zijn voortaan deel van een samenhangend systeem dat afwatert op de Regge. En natuurlijk ook in de Dinkel en naar de Vecht.

Hieronder enkele beschouwingen inzake molenrechten en stuwrechten van het waterschap Regge en Dinkel in de Agenda D.B. 20 april 1970

  1. Een watermolen vormt in het algemeen een belemmering voor de waterafvoer.
  2. Molenrechten zijn gevestigd tijdens het oude recht. Zij behoren tot de zgn. heerlijke rechten in engere zin. Zij zijn gehandhaafd bij de wet van 16 mei 1829, S 29.
  3. Er zijn verschillende rechterlijke uitspraken waaruit blijkt dat de onder het oude recht gevestigde zakelijke rechten niet zonder schadeloosstelling teniet mogen worden gedaan.
  4. De overheid (in vele gevallen het waterschap) kan regelend optreden door het vaststellen van stuwpeilen voor watermolens. Dit betekent een beperking van het molenrecht. Een dergelijke beperking is blijkens de jurisprudentie toelaatbaar, mits deze beperking niet het verlies van het genot en gebruik ten gevolge heeft.
  5. Het is niet geoorloofd dat de waterstroom langs een watermolen wordt uitgeschakeld bijvoorbeeld door het leggen van een omleiding.
  6. Wanneer men een watermolen wil opheffen ten behoeve van de verbetering van de waterafvoer is het afkopen van het molenrecht bij minnelijke schikking de aangewezen weg.

Het is zeer dubieus of onteigening van het molenrecht mogelijk is.

Bron: G.J. ter Kuile, H.Hagens en waterschap Regge en Dinkel

11-02-2015 Artikel De Noordmolen VI in Hofweekblad 

De molenaars van de Noordmolen

Azelermeen

De Azelermeen is een zeer karakteristiek en waardevol landschap. De Azelerbeek slingert zich hierdoorheen als een natuurlijke beek in haar beekdal. Deze beek is een voortzetting van de Oelerbeek die tot aan de watermolen loopt. Deze watermolen heeft ter plekke een grote invloed op het watersysteem. Om verval mogelijk te maken (voor het kunnen draaien van de molen) is de Oelerbeek bovenstrooms opgeleid en is de Azelerbeek direct benedenstrooms van de molen verdiept. Het molenrad bepaalt mede de hydrologische condities in de Azelermeen: verhoging van waterpeil en berging in het beekdal zijn hiervan mede afhankelijk. Het water van de Oelerbeek wordt momenteel via een omvloed om de molen geleid en verdeeld over de Twickelervaart en de Azelerbeek. Het waterschap Regge en Dinkel streeft er naar om nagenoeg de gehele afvoer van de Twickelervaart en de Oelerbeek op de Azelerbeek af te laten. In het reconstructieplan van de gehele Azelerbeek wordt dit nader uitgewerkt. De Azelerbeek wordt hierdoor nog meer als natuurlijk beeksysteem benut.

Bron: waterschap Regge en Dinkel

September 2013  Jan Hilverdink

Spook van de Noordmolen

Rond de molen moet het in het verleden danig gespookt hebben. De aanleiding hiervoor was als volgt: Het was gebruikelijk dat het maalloon aan de molenaar in meel werd uitbetaald. De molenaar nam dan enkele scheppen uit de zak meel. De molenaars van de Noordmolen stonden er om bekend, dat zij enorme grote scheppen hanteerden. Op zekere dag kreeg een molenaar spijt van deze hebzucht, stortte zich in de molenkolk en verdronk. Zijn ziel heeft nooit rust kunnen vinden en het was dan ook niet verwonderlijk dat er in de omgeving regelmatig een witte gedaante werd gesignaleerd. Toen echter vele jaren later jongelui uit Delden weer een gedaante uit de molenkolk naar boven zagen komen, gooiden zij een knuppel naar de dolende ziel, die al kermend en kreunend weer in het water verdween. Daarna is hij nooit weer gesignaleerd. Echter, op herfstachtige avonden kan men soms het water in de kolk op vreemde wijze zien opborrelen!

April 2013  Jan Hilverdink

Lezing voorjaarsvergadering 2013

Oelerbeek en Twickelsevaart: molenaar Jan Hilverdink weet er alles van.
Hij vertelde onlangs aan alle molenaars hoe men met het water bij de Noordmolen omging, hoe de stand van zaken tegenwoordig is en wat er in de toekomst gaat veranderen.

Zijn collega-molenaars