Algemeen

Schimmels eten lijnolie

Vergeet verf: gewoon een laag schimmels erop en ’t hout is veilig

Een laag schimmels ter bescherming van zachthout als alternatief voor verf.
Een wereldprimeur van Regge Hout uit Goor.

Onder de merknaam Xyhlo bio finish introduceert de houthandel een biologische coating met schimmels als basis. De gevel van een nieuw gezondheidscentrum in de Gelderse gemeente Putten is het eerste gebouw waar de revolutionaire coating is toegepast. De schimmelcoating voor buitentoepassingen hoeft maar een keer te worden aangebracht. Als de kleur na een aantal jaren vervlakt, is na strijken met lijnolie voldoende.

Impregneren met lijnolie

“We impregneren grenenhout met natuurlijke lijnolie en coaten dat met een levende schimmel – Aureobasidium pullulans – die zich met die lijnolie voedt. De schimmel laag, een bio film, houdt Uv-straling tegen; houdt het hout droog en verhindert dat andere schadelijke schimmels die zich met het hout zelf zouden willen voeden, zich kunnen vestigen. Zo’n levend schild zit – anders dan een opgebracht laagje – stevig vast door vergroeiing met de bovenste houtcellen. Het heeft zelfs de capaciteit om kleine beschadigingen al groeiend zelf weer te repareren.

Alleenrecht

Er is door de ontwikkelaar dr. Michael Sailer twaalf jaar gewerkt aan de ontwikkeling van het nieuwe product. Sailer werkt nu parttime voor Regge Hout, maar was destijds in dienst bij TNO, dat ook eigenaar is van het patent. Het bedrijf uit Goor heeft echter het alleenrecht voor de wereldwijde verkoop. Het nieuwe product wordt eerst nog alleen toegepast op hout, dat Regge Hout verkoopt aan zijn klanten, voornamelijk aannemers, timmerbedrijven en woningbouwcorporaties. “Het zal beginnen als niche product voor milieubewuste klanten, maar ik verwacht dat het zich op termijn zal ontwikkelen tot een serieus alternatief voor verf.”

Milieuvriendelijk

Het gebruik van een milieuvriendelijk alternatief voor chemische behandeling en coatings – denk aan biociden, metaalzouten en vrijkomende oplosmiddelen – zorgt daarom voor een enorme vermindering van milieuvervuiling. Ook ‘end of life’, omdat Xyhlo bio finish hout, net als gewoon hout, probleemloos wordt afgebroken.

De volgende uitdaging is volgens Van Rooijen om Xyhlo bio finish in verschillende kleuren te kunnen leveren. Het nieuwe product is nu alleen nog leverbaar in zwart. “Maar we moeten zien dat we de schimmel zodanig laten muteren dat we de coating ook bijvoorbeeld in grijs, donkergroen en donkerblauw kunnen leveren”, zegt Van Rooijen. “Wit zal, zoals het er nu voor staat, moeilijk worden.”

Uit: Tubantia 01-07-2016  GERBEN KUITERT   Goor

Meer info: http://www.xyhlo.com/

December 2016   Jan Hilverdink

Mispel

Naast de Noordmolen, aan de westzijde, staat een mispelboom. Deze boom is in 2006 aangeboden door het Leader+ project, nadat de restauratie van de bruggen, kades, molen en de bouw van het Möllnhoes was gerealiseerd.

De mispel zie je nauwelijks meer en ze worden nog maar zelden geplant. Jammer, want de struik bloeit mooi en geeft nog lekkere vruchten ook.

Mispel bevrucht zichzelf, dus zijn twee exemplaren voor de bestuiving en vruchtzetting niet nodig. De sierwaarde bestaat in hoofdzaak uit grote witte bloemen die aantrekkelijk geuren.

Romeinen

De vruchten van de mispel zijn door de Romeinen uit Klein-Azië naar Europa gebracht. Aan de Kaspische Zee was de vrucht al een paar duizend jaar in cultuur. Linnaeus gaf aan de mispel z’n Latijnse naam Mespilus germanica, omdat hij dacht dat die in Duitsland van nature groeide. Op landgoederen en in kasteeltuinen werden mispels gehouden om de laxerende werking van de vrucht. Zowel Hollandse als Engelse variëteiten zijn nu in cultuur.

Snoeien

Een mispel moet je zo min mogelijk snoeien. Hoe meer je snoeit, des te meer verticaal groeiende scheuten. Een jonge struik moet door middel van snoeien worden opgeleid: drie of vier hoofdtakken worden in de beginjaren aangehouden. In de winter worden deze hoofdtakken met een derde van de lengte teruggesnoeid. Er zullen in het daaropvolgende seizoen veel zijtakken aan deze hoofdtakken worden gevormd. Mispel bloeit op tweejarig hout. In navolgende jaren worden alleen oude vruchttakken weggeknipt als de kroon te dicht dreigt te worden. Snoeien op bevordering van sporen is niet nodig.

Mispelvruchten zijn in het begin hard

De vruchten moeten lang aan de struik blijven hangen; dit komt uiteindelijk de smaak ten goede. Omstreeks oktober hangen de vruchten in de struik. Heb geduld; laat er eerst een paar lichte nachtvorsten overheen gaan, voordat u oogst. De vorst zorgt ervoor dat het vruchtvlees zacht wordt. Na die nachtvorsten kan er worden geoogst. Dan nog is het raadzaam de vruchten (met de stelen rechtop) een tijdje op een koele plaats te bewaren. Ze lijken dan wel rot te worden, maar zijn dit beslist niet.

Zoetzure smaak

Een mispel is sappig met een zoetzure smaak. Er kan heerlijke jam of gelei van worden gemaakt. De gelei is een traktatie bij (water)wild en lamsvlees. De gelei wordt gemaakt door de vruchten in een pan onder water te zetten, ze op een laag vuur te stoven, totdat ze gaar zijn. Giet de vruchten uit door een zeef en voeg 500 gram suiker toe per 750 cc. Kook de vloeistof in tot de gewenste dikte en laat deze afkoelen.

Oktober  2016  Jan Hilverdink

Schade in hout door kevers

Bonte knaagkever

De bonte knaagkever is zes tot acht millimeter lang, donkerbruin van kleur met een vlekkerige rode beharing. De levensloop van een bonte knaagkever ziet er als volgt uit: het ei van de vrouwtjes kever komt na ongeveer acht weken uit. Deze larve leeft ongeveer drie jaar lang in het hout, zonder zich te vertonen en richt in die tijd de meeste schade aan. Uit die larve ontstaat een pop en in de pop ontstaat weer een volwassen kever. Deze kevers leven daarna nog een jaar of drie buiten het hout. De vrouwelijke kevers leggen in de spleten van het hout ongeveer zo’n zestig tot honderd eieren en de cyclus begint weer van voor af aan.

Larven bonte knaagkever Bonte knaagkever


Dus een vermeerdering van de kevers gaat behoorlijk snel. Vooral in het voorjaar komen de kevers uit het hout. Op warme dagen zijn ze het meest actief en maken klopgeluiden als zij zich verplaatsen over het hout. Met deze klopgeluiden lokken ze elkaar. Het verschil met de houtworm en de knaagkever is dat de knaagkever in het harde gedeelte van het hout voorkomt zoals het kernhout en daardoor moeilijk op te sporen is.

De bonte knaagkever komt het meest in loofhout voor en minder in naaldhout zoals grenen of lariks. De bonte knaagkever wordt in andere talen wel ‘klok des doods’ genoemd, in het Engels death watch beetle en in het Duits Totenuhr. Deze benaming komt uit de scheepvaart: als men dit diertje aantrof, wist men dat het hout van het schip tot in de kern rot was en het schip dus verloren was.

Auteur: Kees Scherjon         Uit: Wiek & Rad  33e jaargang 2014-4

Andere soorten kevers waarvan de larven schade veroorzaken

De volwassen houtwormkever is zo 2,5 tot 5mm lang en is donkerbruin gekleurd met een gewelfd halsschild. Op de rug zijn kleine puntjes te zien.  De larf van de houtwormkever is zo rond de 6mm lang, wit geel van kleur en gekromd.

De duur van ei tot volwassen kever is zo rond de 3jaar, de kever legt zo rond de 30 eitjes.

De kevers word in de zomer waargenomen. Van mei tot en met augustus komen de kevers uit het hout en gaan paren, daarna leggen de vrouwtjes eitjes. De beste temperatuur voor de ontwikkeling van de larf is zo rond de 23 graden.

Houtwormkever Huis Boktor

Een huis boktor kan tot wel 2,5cm lang worden de kleur is bruin tot zwart met 2 grijze vlekken op de rug. De larf van de huisboktor kan een lengte hebben tot wel 3cm de kleur is geel wit. De vrouwtjes huisboktor hebben een legboor de onder de dekschilden uitsteekt.

De huisboktor heeft een volledige gedaanteverwisseling

De ontwikkeling van een ei tot een volwassen huisboktor is van 3 tot 11 jaar. Het ei stadium is 1tot 2 weken, het larvenstadium kan tot wel 11 jaar duren dat betekend dat de larf echt jaren in het hout kan knagen en schade kan toebrengen. Het popstadium duurt 2tot 4 weken, het imago stadium 3tot4 weken. De kevers komen in juni tot en met september uit het hout om te paren, na het paren legt het vrouwtje zo rond de 200 eitjes. Als de temperatuur rond de 25 graden ligt en de luchtvochtigheid hoog is komt dit ten goede van de ontwikkeling van de huisboktor larve. Als de larven uit de eitjes komen boren ze zich direct in het hout en maken boorgangen die met boormeel gevuld zijn en een ovale doorsnee hebben. De toekomstige uitgang naar buiten is al voor de verpopping uitgeknaagd.

Ovale uitvliegopening

Deze uitvliegopening is ovaal en heeft een lengte van 6 tot 9mm met een gerafelde rand. Het boormeel van de huisboktor vertoont cilindrische deeltjes. Huisboktorren kunnen in enkele jaren dragende balken van dakconstructies opeten/vernielen. Bij zomers weer kan het voorkomen dat men de larf hoort knagen. Bij een aantasting van de huisboktor is een bestrijding echt noodzakelijk. Om te voorkomen dat men een aantasting krijgt van de huisboktor kan men loofhout of verduurzaamd naaldhout toepassen. Bij gebruik van naaldhout dit goed schilderen zodat er geen eitjes kunnen worden afgezet. De huisboktor heeft een volledige gedaanteverwisseling. De ontwikkeling van een ei tot een volwassen huis boktor is van 3 tot 11 jaar. Het ei stadium is 1tot 2 weken, het larvenstadium kan tot wel 11 jaar duren dat betekend dat de larf echt jaren in het hout kan knagen en schade kan toebrengen. Het popstadium duurt 2tot 4 weken, het imago stadium 3tot4 weken. De kevers komen in juni tot en met september uit het hout om te paren, na het paren legt het vrouwtje zo rond de 200 eitjes. Als de temperatuur rond de 25 graden ligt en de luchtvochtigheid hoog is komt dit ten goede van de ontwikkeling van de huisboktor larve. Als de larven uit de eitjes komen boren ze zich direct in het hout en maken boorgangen die met boormeel gevuld zijn en een ovale doorsnee hebben. De toekomstige uitgang naar buiten is al voor de verpopping uitgeknaagd. Deze uitvliegopening is ovaal en heeft een lengte van 6 tot 9mm met een gerafelde rand.

Dakconstructies opeten/vernielen

Het boormeel van de huisboktor vertoont cilindrische deeltjes. Huisboktorren kunnen in enkele jaren dragende balken van dakconstructies opeten/vernielen. Bij zomers weer kan het voorkomen dat men de larf hoort knagen. Bij een aantasting van de huisboktor is een bestrijding echt noodzakelijk. Om te voorkomen dat men een aantasting krijgt van de huisboktor kan men loofhout of verduurzaamd naaldhout toepassen. Bij gebruik van naaldhout dit goed schilderen zodat er geen eitjes kunnen worden afgezet.

Uit: http://houtworm-boktorbestrijding.nl/pages/huisboktor.php

September 2016  Jan Hilverdink

Olielamp

Als verlichting gebruikten de Grieken en Romeinen oorspronkelijk kaarsen, gemaakt van was. Dit bleef heel lang de verlichting van de armste, de rijkeren gingen de olielamp gebruiken. Deze was meestal gemaakt van aardewerk of brons.

Zoals de naam “olielamp” aangeeft was de brandstof olie, meestal olijfolie. Toen de olielamp in noord Europa bekend werd, ging men niet de dure olijfolie, die men moest importeren, maar de goedkopere olie geperst uit zaden als koolzaad, lijnzaad, raapzaad of huttentut.

Verlichting

Het was de eerste echte lichtbron in onze streken, een luxe lichtbron, alleen weggelegd voor de welgestelden. Tot dan brandde overdag en ’s avonds in ieder onderkomen een vuur. Het vuur diende om te koken, als verwarming en verlichting; maar verlichting was bijzaak want zodra het donker werd, viel het leven in de nederzettingen stil.

De eerste olielampjes waren staande lampjes, eventueel met een handvat, later kwamen er lampjes die opgehangen konden worden. Een voordeel was dat de brandstof tot de laatste druppel te gebruiken was: men hing de lamp scheef. Het is een uitdrukking geworden, “de lamp hangt daar scheef” staat voor een huishouden waar weinig geld voorhanden is.

 

Een voorwaarde bij het gebruik van lijnolie als lampolie is dat het lampje frequent gebruikt wordt. Lijnolie heeft de eigenschap in te drogen, wat de olie bij uitstek geschikt maakt als ingrediënt in olieverf.

Het licht dat door een olielamp afgegeven wordt is helderder dan dat van een kaars, maar zwakker dan van de latere veel gebruikte kerosine-petroleumlamp.

Bron: http://www.leumolen.nl/Lampolie.htm

Mei 2016  Jan Hilverdink

De lijnkoek (veekoek) gebruikt tot ca. 1965 in de veehouderij

 

De olie-industrie behoort tot de primaire veredelingsindustrie. De belangrijkste grondstoffen zijn lijnzaad, koolzaad, raapzaad en vethoudende stoffen zoals cacaovet en kokosvet. Voor de oliebereiding worden de zaden en vruchten eerst gezuiverd, gemalen en vervolgens geperst. Dit kan gebeuren door ‘koud’ (of zacht) of ‘warm’ persen. Na veredeling van de grondstoffen ontstaat de grondstof olie, die verwerkt werd in onder andere: verf, zeep, lamp- of smeerolie, patent-, bak- en boterolie. De massa die na het persen overblijft bevat behalve de olie ook nog belangrijke voedingsstoffen.

Lijnkoek

Deze werden verwerkt in een restproduct: de veekoek (lijnkoek). De gunstige stand van de veehouderij in Nederland garandeerde een goede afzet van dit product. Een koe kreeg twee koeken per dag. Deze waren bedoeld als krachtvoer ter aanvulling op het gras ’s zomers en het hooi in de winter. De olieslagerijen zetten de lijnkoeken als merkartikel met een gegarandeerde kwaliteit op de markt. Olieslagerijen waren in feite naast olieproducenten dus mede veevoederbedrijven.

Soorten lijnkoek

Uit lijnolie werden drie soorten lijnkoeken gemaakt: murwe, halfzachte en harde. De verschillen kwamen tot stand door de duur van het persen en in de molen door het aantal slagen (aantallen voor- en naslag). De harde koeken bevatten minder eiwit omdat de olie er bijna volledig werd uitgeperst. De murwe hadden het hoogste vetgehalte. Het gewicht per koek bedroeg ongeveer 1 kilo.

Vochtgehalte

De maten waren ongeveer 2,5 centimeter dik, 15 centimeter breed en 30 centimeter lang. Het vochtgehalte van de drie soorten was gelijk; 12 tot 13%. Het vochtgehalte was belangrijk in verband met de houdbaarheid. Teveel vocht betekende op den duur schimmel. De koeken waren plusminus een jaar houdbaar. Door ze in kartonnen dozen te verpakken werden ze beter beschermd en kon de boer ze economischer opstapelen in de stal. In de koeken stonden de initialen van de firmanten. B.L. betekent Bloementaal en Laan, T.D. stond voor Teeuwis Duyvis, K.S. voor Kaars Sijpestein (De Vrede), W.L. voor Wessanen en Laan, en de P. voor Jan Prins (De Liefde).

November 2015  Jan Hilverdink

Asfalt met lijnzaad

Zeeuwse gemeente experimenteert met nieuw soort duurzaam asfalt

In Sluiskil vindt een bijzonder experiment plaats. Een lokale wegenbouwer legt in de Zeeuwse gemeente enkele proefvakken aan van een nieuw soort asfalt met daarin verwerkt lignine en lijnzaad. Dat schrijft dagblad PZC. In opdracht van havenbedrijf Zeeland Seaports wordt gewerkt aan een stuk wegdek met daarop ‘groen’ asfalt. Het gaat om de plantaardige lijmstoffen lignine en lijnzaad. In het gebruikte bioasfalt zit zowel bitumen als lignine. De verhouding tussen de materialen is fiftyfifty. De ontwikkelaars verwachten dat het groene asfalt stiller wordt dan conventioneel asfalt en beschikt over een lage rolweerstand, waardoor auto’s zuiniger rijden. De zoektocht naar duurzaam asfalt is een project van onder meer een researchcentrum van Wageningen WUR, ingenieursbureau Grontmij en het Asfalt Kennis Centrum. De test wordt volgens PZC gefinancierd door de provincie en het ministerie van Economische Zaken. Zij stellen € 0,5 mln ter beschikking voor drie Zeeuwse projecten: vezelbeton, hergebruik van biomassa en biologisch bindmiddelen in asfalt.

Lignine

Lignine (houtstof) is een chemische stof, die voorkomt in de celwand van verschillende cellen.

Lignine wordt gevormd uit de stoffen p-coumarylalcohol, coniferylalcohol en sinapylalcohol. Ligninepolymeren zijn gecrosslinkte structuren met een molecuulmassa van 5000 tot 10000 u.

Lignine is het meest voorkomende organisch materiaal op aarde na cellulose [1]. De sterkte van hout is een resultaat van het composietmateriaal dat gevormd wordt door de interactie tussen cellulose en het lignine eromheen. Ongeveer 25 tot 33 procent van de massa van gedroogd hout bestaat uit lignine. Voordat er papier van gemaakt wordt, wordt lignine verwijderd uit papierpulp. De vrijgemaakte lignine kan gebruikt worden als bindmiddel, bijvoorbeeld voor karton, als een lijm voor linoleum, als grondstof voor chemicaliën (zoals DMSO en vanilline) of als brandstof.

Zoals bekend kan men van lijnzaad ook lijm (vogellijm) maken, dit gebeurt o.a. door  lijnolie te verhitten.

Bron: Het Financieele Dagblad  10 juli 2015  en Wikipedia

Juli 2015   Jan Hilverdink

Lijnolie en Lijnolie  (deel 2)

Industrieele toepassingen

Verf

Zoals we al zagen wordt de olie veel in verven gebruikt.

Linoleum

Naast de toepassing voor verven is de olie ook van belang voor de productie van linoleum. (Dikwijls hoort men spreken van linoléum in plaats van linóleum. Het is ook verwarrend want de merknaam Marmoleum heeft de klemtoon wel op de o).

Zeep, conservering en stopverf

Ook voor het maken van zachte zeep, het conserveren van ongeverfd hout en visnetten wordt lijnolie gebruikt.

De vroeger door schilders gebruikte stopverf bevatte ook lijnolie. Ook in de voedingsindustrie wordt lijnolie gebruikt.
Lampolie?

Regelmatig krijgen we de vraag: “Kan de olie als lampolie gebruikt worden?
Het werd in elk geval als lampolie gebruikt, zoals we onder andere van Jan Luyken (1649-1712) weten. Hij schreef:

Van lijn of koolzaad, hard geslaagen
koomt oli voort tot elks welbehaagen,
dat voedzel aan de lamp verstrekt,
die, in het duister, ’t licht ontdekt.

De olie werd dus als lampolie gebruikt, maar had het nadeel dat de pit snel uitdroogde. Deze was in vroeger tijd van gedroogd mos of in elkaar gedraaide vezels. In 1820 is gevonden dat niet te stijf gevlochten katoen een heel goede pit is maar … deze droogt natuurlijk ook in. Daarmee kwam er een eind aan lijnolie als lampolie.

Geneeskunde (enkele voorbeelden uit literatuur)

Koud geslagen lijnzaadolie wordt onverhit wel gebruikt als bron van omega-3- en omega-6 vetzuur. Het gehalte is het hoogste van alle plantaardige oliën. Het gebruik ervan zou volgens wetenschappelijk onderzoek de kans op een tweede hartaanval verminderen.

  • De olie kan cholesterol verlagen.
  • De olie kan nuttig zijn bij ontstekingsziekten van de darmwand, zoals de ziekte van Crohn of Colitis.
  • Lijnolie helpt goed bij obstipatie.
  • Het wordt daarnaast wel toegepast op kalknagels, maar het herstel is een traag proces.
  • Lijnolie werkt helend, huid vernieuwend en voorkomt infecties.

Menselijke consumptie

Bakken en braden in lijnolie gaat niet omdat de olie zeer oxidatiegevoelig is door het linoleenzuur. Het zou verharden.

Wel vindt men het tegenwoordig terug in consumptieartikelen. Kijk bijvoorbeeld maar eens maar op een pakje Margarine Light. Hierin zitten maar liefst 30% plantaardige oliën, waarvan ruim 7% lijnzaadolie is. Daarnaast bevat deze boter zonnebloemolie en koolzaadolie. Maar liefst 50% van deze oliën zijn de hierboven genoemde omega-3 en omega-6-vetzuren.

Het zal u duidelijk zijn dat de molenaars graag in de olie zijn, maar weet dat deze olie vaak bij u ín is.

Dit is het laatste artikel in de serie over de Noordmolen en het 25-jarig jubileum van de Stichting. De artikelen zijn ook opgenomen in een boekje, dat tijdens de openingstijden in de molen verkrijgbaar is tegen de prijs van € 2,50.

10 juni 2015          Artikel De Noordmolen XVI (deel 2) in Hofweekblad 

De olieslagers van de Noordmolen

Lijnolie en Lijnolie (Deel 1)

Bezoekersvragen:  ”Wat kan ik met lijnolie?”

“Ik kan mangs slech a’k mut. Is’t woar dat dit grei helpt?”

“Kan ik die olie gebruiken voor bakken en braden?”

“Kaan’k dee öllie ok broeken as laampöllie?”

Deze en vele andere interessante vragen worden ons gesteld. Het eerste antwoord moet dan vaak zijn: ”Er is lijnolie en lijnolie.” Daarom hieronder wat nadere informatie over verschillende lijnoliën en de toepassing.

Soorten lijnolie

  • Rauwe lijnzaadolie

De olie zoals die in de Noordmolen geslagen wordt noemt men rauwe lijnolie. Hoewel deze olie voor het slaan wat verwarmd (ca. 40 O C) wordt noemt men dit koud geslagen olie. Bij warm slaan wordt de olie tot 70 à 80 O C verhit. De rauwe lijnzaadolie is voor een optimale conservering minder geschikt. Afhankelijk van de gewenste kwaliteit zal men deze olie vervolgens verschillende bewerkingen laten ondergaan. Men kan de zuurgraad aanpassen, de olie bleken enz.

Er is dus lijnolie en lijnolie verkrijgbaar, waarbij de prijzen ten gevolge van de bewerking die de olie heeft ondergaan sterk zullen verschillen. De lijnolie heeft van alle plantaardige oliën de beste drogingseigenschappen en wordt daarom veel in verven toegepast.

  • Gekookte lijnzaadolie

Om deze olie te verkrijgen wordt de rauwe lijnzaadolie in speciale ketels tot ongeveer 200 O C verhit. Hierdoor ontstaat in de olie een netstructuur, waardoor er na drogen een sterkere elastische film ontstaat. Bovendien droogt deze olie sneller. Door toevoegingen kan men de eigenschappen nog verder beïnvloeden.

 

  • Dubbel gekookte lijnzaadolie

Deze olie is minder agressief omdat door het koken de zuurgraad nog verder verlaagd is.

  • Geraffineerde lijnzaadolie

Dit is gekookte lijnolie die met een bleekmiddel is behandeld. Daardoor worden de slijmstoffen uit de olie gehaald en de kleur van de olie wordt lichter.

  • Standolie

Dit is niet een lijnzaadolie, die zoals nog wel eens gezegd wordt, lange tijd heeft gestaan. Nee, het is een 8-10 uur bij 300 O C onder afsluiting van lucht geraffineerde lijnzaadolie. Deze olie is sterk ingedikt. De verven worden met deze olie elastischer en geven meer glans. Bovendien vergeelt deze  olie minder en maakt de verf duurzamer. Daarom wordt deze veel in buitenverven gebruikt.

  • Verrijkte gekookte lijnolie

Dit is een gekookte lijnolie, waaraan tungolie is toegevoegd om de kwaliteit nog verder te verbeteren. Deze olie is lichter van kleur.

  • Geblazen en gekookte lijnzaadolie

Naast de echte gekookte lijnolie wordt er ook een mix van rauwe lijnolie met siccatief op de markt gebracht onder de naam van gekookte lijnolie. Meestal is dat geblazen lijnolie. Deze wordt verkregen door rauwe lijnolie te verwarmen, er een siccatief aan toe te voegen en er lucht door te blazen.

Hierdoor ontstaat een olie met een bruine kleur, die snel droogt. Daardoor wordt deze nogal eens (bewust) verward met gekookte lijnolie.

Lijnolie en veiligheid

Bij lijnolie en tungolie bestaat de kans op spontane ontbranding van een opeen gefrommelde  gebruikte lap. Door polymerisatie van de olie aan de lucht komt warmte vrij, die kan leiden tot spontane ontbranding. Daarom moet men deze lappen altijd uithangen om te drogen.

Samenstelling van de lijnolie

De hoofdbestanddelen zijn:

Linoleenzuur     > 50%  (omega-3-vetzuur)

Linolzuur        10-20%  (omega-6-vetzuur)

Oliezuur          10-20%

Stearinezuur      < 10%

Palmitinezuur   ca. 5%

Eicoseenzuur       < 1%

Tungolie of chinese houtolie wordt ook gebruikt voor het maken van verf. Deze olie wordt niet alleen toegepast voor de afwerking van hout, maar ook van steen. Tungolie droogt sneller dan lijnzaadolie, is sterker en wordt in de loop van de tijd minder donker. De kwaliteit en de prijs van de verrijkte gekookte lijnolie wordt mede bepaald door de hoeveelheid toegevoegde tungolie.

27 mei 2015          Artikel De Noordmolen XVI (deel 1) in Hofweekblad

De olieslagers van de Noordmolen

Vlas

De herkomst van vlas ligt in het zuidwesten van Azie en Noord-Afrika. Waarschijnlijk werd in Egypte de eerste olievlas verbouwd zoals blijkt uit muurtekeningen uit graven. Vlas is een van oudste in cultuur gebrachte gewassen. Zoals de naam al zegt, wordt olievlas hoofdzakelijk verbouwd voor de opbrengst van het oliehoudende zaad de zogenaamde lijnzaadolie. Het zaad van olievlas bevat ongeveer 40% olie. Lijnolie is een van de oudste door de mensheid gebruikte oliën en wordt sinds eeuwen gebruikt in verven en vernissen en voor de conservering van ongeverfd hout en van visnetten.

December 2013  Jan Hilverdink

Mast

Wanneer de zogenaamde mast (eikels) uit de boom valt is er veel voedsel aanwezig voor dieren. De door tannine voor mensen ongenietbare eikels zijn zeer voedzaam en bevatten tot 38 % vet. In de Middeleeuwen werden de varkens in de herfst de bossen ingedreven en “vetgemast”.

In die tijd ontstond ook het gezegde

“op eiken groeit het beste spek” 

Vanwege dit belang mocht de eik niet zomaar gekapt worden. Hij kreeg daardoor een belangrijk aandeel in de bossen. Omdat de zomereik meer en grotere eikels produceert dan de wintereik, werd de eerste veel meer aangeplant.

November 2013  Jan Hilverdink

Lijnzaadolie

Lijnolie is een van de oudste door de mensheid gebruikte oliën en wordt sinds eeuwen gebruikt in verven en vernissen en voor de conservering van ongeverfd hout en van visnetten. Deze gebruiken zijn gebaseerd op het uitharden (polymeriseren) van de olie.

Lijnzaadolie is puur niet geschikt om direct mee te bakken en te braden, aangezien alfa-linoleenzuur sterk onverzadigd en daarom zeer oxidatiegevoelig is.

Omega’s 3 en 6

Maar indien men een mix maakt zoals b.v. Becel doet is het wel te gebruiken om te bakken en braden. Zij maken een unieke mix van drie plantaardige oliën uit de natuur: zonnebloemolie, lijnzaadolie en koolzaadolie. En deze plantaardige oliën bevatten van nature de goede Omega’s 3 en 6. Leuk om te weten als je volgende keer langs een prachtig veld vol zonnebloemen rijdt, toch?

Dressing, margarine, bakkerijproducten, etc.

Koudgeperste lijnzaadolie wordt (onverhit) gebruikt als bron van omega 3-vetzuren in allerlei voedingswaren, vanwege dit hoge gehalte aan alfa-linoleenzuur. De olie wordt daarom dan ook veel gebruikt in dressings, margarines, bakkerijproducten etc. Maar ook voor speciale diëten voor een gezonde voeding. Ook in de diervoeders wordt de olie verwerkt vanwege zijn gezonde eigenschappen. Daarbij is het in toenemende mate een belangrijke grondstof voor industriële verwerking voor o.a. linoleum, vloeren en verf.

Oktober 2013  Jan Hilverdink

Enige oude eenheden, maten en gewichten

Last: een last is 30 zakken graan; een last tarwe werd gerekend op 2100 kg, rogge 1800 kg, boekweit 1500 kg, haver 1200 kg, een Amsterdamse last was 1976 kg, een Keulse last was 1870,8 kg.
Oort: volume jenever; 1 oort = 0,8 liter; 1 halfoort = 3 pötties; 1 pöttien = 3 borrels; 1 borrel = 22 ml.
Pond: gewicht, een pond Amsterdams was 494 gram, een Keuls pond 477 gram. Schippond: 300 pond Amsterdams, of 148 kg.
Roede: lengtemaat, in de regel 12 voet, ook; maat voor een hoeveelheid turf.
Voet: lengtemaat: Rijnlandse voet was 0,314 meter, Amsterdamse voet was 0,283 meter, Zwolse voet was 0,235 meter.
Vaam: lengtemaat = 1,80 meter.

Augustus 2013  Jan Hilverdink

Oliedom

Wat is de herkomst van het woord oliedom?

De verklaring die ik heb gehoord (en die ik ook met graagte heb gedeeld met bezoekers van de Noordmolen) is dat het woord daadwerkelijk uit de oliemolen afkomstig is. Dat zat zo: jonge jongens kwamen op hun tiende of twaalfde levensjaar in de molen te werken. Het gaat hierbij natuurlijk over industrie-oliemolens met vaak twee of meer slagbanken. Door het voortdurende lawaai raakten deze jongens al vrij snel doof. Derhalve kregen ze moeite met leren en communiceren. Ze bleven voor de rest van hun leven steken op het niveau van een tien- of twaalf jarige en werden daarom oliedom genoemd. Een andere verklaring is dat de olieslagers -die uiteraard veel aan doofheid leden- niet of minder snel reageerden op andere mensen. Het is een bekend gegeven dat dove mensen nog wel eens voor dom worden versleten terwijl er niets aan hun verstandelijke vermogens mankeert.

Juni 2013  Jan Hilverdink

Enkele spreekwoorden en uitdrukkingen met “molen”:

 

Werken als een molenpaard. Hard werken.
Het hangt als een molensteen om de nek. Het is een zware last.
Door de molen halen. Een zeer uitgebreide procedure doen ondergaan.
Draaien als een molen. Altijd meegaan met de heersende mening.
Naar de mond van de toehoorder praten.
Gemakkelijk van mening veranderen.
Dat is koren op zijn molen. Hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde.
Die molen maalt langzaam. Dat gaat traag.
Hij heeft een klap van de molen gekregen. Hij is niet goed meer bij zijn verstand.
In de tredmolen lopen. De dagelijkse sleur volgen. Zich onderwerpen.
Met molentjes lopen. In de war zijn. Niet goed bij het verstand zijn.
Tegen windmolens vechten. Tegen irreële zaken/gevaren vechten.
Daar is wat in de molen. Daar is wat op handen of er wordt iets kwaads gebrouwen.
Gods molens malen langzaam, maar zeker. De goddelijke gerechtigheid doet zich tenslotte gelden.
Ambtelijke molens malen langzaam. De bureaucratie van ambtelijke instanties werkt vertragend.
Mijn molen maalt niet meer. Ik kan niet goed meer kauwen.

Januari 2013  Jan Hilverdink